Map


Mustang weergeven op een grotere kaart

zondag 19 augustus 2012

Tranendal

Na 32 dagen zit het erop. Het voelt als 32 uur non stop actie. Nu al naar huis? Er is nog zoveeel te doen en te zeggen. Het afscheid lijkt te vroeg te komen. En moeilijk, voor hun, voor ons. De band is hechter dan ooit. Een lijst met gezamenlijke plannen zit in de tas. Samen met veel bestellingen uit Nederland, kleding, kettinkjes. En herinneringen, talloze. Aan spannende, soms bijna onmogelijke tochten, aan familie en vrienden, aan ontmoetingen die een onvergetelijke indruk achterlaten en nu een stempel drukken op de toekomst. We zijn thuis en gaan naar Nederland. Ook thuis. Tranen vloeien, in Gaia, op het vliegveld. Het bewijs van eenheid en liefde. De Boeing strekt haar vleugels boven de groene vallei van Kathmandu. De bochten symboliseren een laatste zwaai, een gedag aan de Himalaya's en de liefdevolle mensen. Het dagelijkse leven zal zich spoedig herpakken, ook zonder ons. Glimlachend kijken we elkaar aan. Een nieuwe heenreis zal volgen.

Roasted chicken and roasted pc's

Krisha Nakarmi is hoofd van de dovenschool in Banepa, een stad op 45 minuten rijden van Kathmandu. Ze wil ons graag ontmoeten om de voortgang van het pc project en de Engelse lessen te bespreken. Ze luncht mee in het appartement van Indira waar Tim geleerd krijgt gebraden kip Nepalese stijl toe te bereiden. Allemaal koken we beurtelings en ook Krishna steekt haar handen uit de mouwen om brood te bakken. Een gezellig letterlijk gedoe, op de grond met zijn allen.
De kinderen op de school verwachten ons, zegt ze en we kijken elkaar aan. Toch nog maar een extra uitstapje op de laatste dag....

De kinderen zijn reuzeblij als ze ons de volgende dag zien. We bezoeken alle klassen en het grootste lokaal wordt in no time omgetoverd tot computer leslokaal. Tim wordt ingezet om alle computers te updaten en ervoor te zorgen dat ze allemaal weer op Internet kunnen. Even later staat facebook overal aan en zijn de kinderen druk bezig de achterstand op de social media bij te werken. Ze klampen zich met vragen aan ons vast. Of we niet een week kunnen blijven en wanneer de volgende Engelse les is, ze willen zo graag leren en leren. We spreken de plannen door, juffrouw Indira zal zich spoedig melden met een nieuwe reeks Engelse lessen. De kinderen beloven meer te mailen, glimlachend zijn ze tevreden over ons bliksembezoek.

Kliniek in wording

Er wordt op houtvuur gekookt, op de zolderverdieping, een lemen vloer waar schaaltjes met groenten en vlees staan. Een pitje, een halfronde opening in de stenen "chulo" waar het hout onder smeult. Het koken neemt dan ook geruime tijd in beslag en vult de ruimte met rook, er hangt een geur van verbrande olie en orientaalse kruiden. De familie is allerhartelijkst, zonder ook maar een woord Engels te kunnen spreken. Het is in deze stad aan de doorlopende weg naar Jiri waar we als stichting onze kraamkliniek willen realiseren. Hard nodig zegt ook Wendy, onze welgemoede vrijwilligster die zich kranig door de afgelopen weken heeft heengeslagen. In een klein, geïmproviseerd houten kamertje, omgebouwd tot een soort van tienerkamer. De meeste vrouwen hebben last van geinfecteerde urinewegen of andere aandoeningen, ze verzorgen zich naar onze maatstaven slecht waardoor het klachtenpatroon groot is. Bevallingen is een loterij. We lopen naar de bouwplaats, een prachtige uitgestrekte richel, de vallei overziende, majestueus rijzend over de heuvels. Er is veel gebeurd sinds ons laatste bezoek in februari, maar de aannemer klaagt over de toevoer van geld. Men kan niet verder en is in afwachting van middelen vanuit Nederland. De fundering is bijna af, maar het water vanuit de bergen loopt tegen de fundering aan en er moeten aanvullende constructies komen voor de kanalisatie. Ook moeten nog extra peilers gemetseld worden met een fundering van maar liefst 12 meter diep. Bouwen in het aardbevinggevoelige Nepal... We hopen dat Martine er in Nederland in slaagt de fondsen te verwerven, dan is volgens de aannemer de kliniek in 4-5 maanden operationeel. Een prestigeproject voor de gemeenschap van Mainapokhari.
De rit terug naar Kathmandu is hels, alle inzittenden , Wendy en vriend Serve zijn autoziek. Sporadisch wordt overgegeven. De bochtige wegen door de bergen zijn slopend voor maag en rug. Wendy heeft emotioneel afscheid genomen, de vrouwen van haar twee groepen zwaaien, trots gecertificeerd.

zaterdag 11 augustus 2012

Come & go

De dagen in Kathmandu zijn een welkome afwisseling op de trekking. Een eigen douche, een zacht bed, een zit toilet, pasta's en vlees. Allemaal zaken die heel normaal lijken maar de afgelopen weken allesbehalve. Toch zijn we er weer snel aan gewend. Bij de talrijke cappucino's worden in Gaia de verhalen uitgewisseld, stukjes video getoond waarvan zelfs de Nepalezen de mond openvielen. Maar weinigen zijn ooit naar Mustang geweest. En ook maar weinigen de aardverschuivingen en de vraag is dan ook terecht waarom je daar als toerist ook nog voor betaald. Het antwoord wordt gevormd door de prachtige vergezichten van de Himalaya's , de woestijnen en de witte bergtoppen, de Tibetaanse kinderen, lachend in hun gescheurde, vieze kleding.

We hebben maar een dag rust voordat de minibus is besteld om ons naar Mainapokhari te rijden, weer een zware onderneming over de ruim 200 kilometer slechte wegen richting de bergen in het oosten. We bouwen er als stichting een kraamkliniek voor de plattelandsgemeenschap en zijn nu benieuwd naar de bouw vorderingen. We bestellen in Gaia appeltaart om daarmee onze vrijwilligster, Wendy uit Nederland te verrassen. Zij is er 4 weken om de vrouwen, veelal jonge aanstaande moeders, te onderwijzen wat te doen bij complicaties tijdens de zwangerschap.
De rit duurt 7 uur, waarbij we onderweg lunchen aan de Botosisi rivier voor de bekende, gefrituurde riviervisjes. Tegen 4 uur komen we aan in het dorp waar een Hindoefeest aan de gang is. Met de weelderige zon lijkt het net een welkom voor ons. De bevolking danst en zingt op straat en dat geeft het weerzien met Wendy en haar inmiddels ook geariveerde vriend een extra glans. We slapen wederom in een gebouw dat dienst diet als bank en hotel, weer moeten de dekens eerst uitgeklopt worden vanwege de vele muizenkeuteltjes.....
We lopen naar de boerderij van Jagat waar we hartelijk getrakteerd worden op mais en komkommer, eieren waar Indira direct een heerlijke egg paloda van weet te bereiden. We zitten s'avonds heerlijk op de varanda, tussen de maistoppen van 3 meter en een allesoverdonderende stilte na Kathmandu. De appeltaart gaat er goed in.....

Manakamana

De volgende dag is het eveneens zonnig en zien we vanuit Pokhara het Annapurna massief als een ruige witte wolk boven het meer. We vertrekken per minibus richting Kathmandu, een dollemansrit met naar gevoel wel 2000 bochten. Onderweg stoppen we in het pelgrimsoord Manakamana waar we met Nepal's enige kabelbaan naar het op 1600 meter dorpje gaan. Het is voor Nepalezen en Indiers een veelbezochte plek vanwege de belangrijke Hindoetempel, een vierkant, uit hout opgetrokken gebouw waar dagelijks honderden pelgrims geiten, kippen, kokosnoten en rijst offeren aan de Goden. We maken er een overnachtibg in een van de zeer weinige slappgelegenheden zodat we bij zonsondergang als eerste zijn. Die avond zitten we met Jagat en Indira op een groot dakterras, feest vierend en genieten van de imposante vergezichten. We zitten er voor uren, steeds kleine kipgerechten nuttigend. De ochtend staan we om 5 uur op, we mogen niets eten en drinken en moeten ons grondig wassen om zo schoon mogelijk voor de Goden te verschijnen. Geen gemakkelijke opgave na alle wijn en bier:)
Met de eerste zonnestralen staan we bij de tempel waar de wierook als dauw rond de tempel optrekt. Bellen rinkelen, apen rennen van links naar rechts. De offergave lijkt welkom en we mogen onze wensen doen. De letterlijke vertaling van Manakamana: die een wens en hij komt uit. Op deze mystieke plek.
Op de weg naar onderen kijken we nog een laatste keer naar een mooi stukje grond langs de rivier.... We hebben er gisteren foto's van gemaakt en een plan gemaakt voor een hopelijk goede pensioenvoorziening, maar daarover later meer.
Even later rijden we weer over de hobbelige weg richting de hoofdstad, met de zon in de rug.

dinsdag 7 augustus 2012

Flight over the Himalayas

Govinda regelt en regelt. Toeristen zowel in Pokhara als in Jomsom zijn al dagen gestrand en kunnen niet verder. De moesson houdt de gemoederen bezig. De vluchten worden alleen bij helder zicht uitgevoerd. Vanuit Pokhara moeten de oude propellorvliegtuigjes snel klimmen om langs het Annapurna bergmassief (7000 meter hoog) richting de kloof van Mustang te vliegen en daar te dalen om uiteindelijk op de korte strip in Jomson te landen. Het wrak links op de heuvel maakt pijnlijk duidelijk dat het ook wel eens mis gaat, zoals in het voorjaar waarbij helaas tientallen doden vielen. De veiligheid staat nu hoog aangeschreven, men vliegt tot uiterlijk 11 uur vanwege de wind en alleen bij helder zicht. Het lukt Govinda om ons in te checken bij de eerste vlucht, we moeten dan wel om 6 uur op het piepkleine vliegveldje zijn, samen met 15 medepassagiers. Amper zittende roteren de propellors en taxiet het toestel naar de strip. Even later zitten we in de lucht en ontvouwd zich een geweldig spektakel van bergen, sneeuwtoppen, hoge groene bergen waar we net boven de boomtoppen scheren. Weer eindeloze diepte, in de verte Annapurna. Het is een prachtige vlucht en na 30 minuten en een scherpe daling richting Pokhara remmen we alweer op de landingsbaan. We zijn terug in de beschaving!!

Het is warm en helder weer in Pokhara, boven het meer pronken de hoge witte sneeuwtoppen. We nemen intrek in hotel middle path met heerlijke zachte bedden...
S' middags zien we Jagat die zich de moeite heeft genomen om ons helemaal uit Kathmandu te verwelkomen, toch een ritje van 7 uur. Ook de mountainbikers christopher en Harrie uit Sittard zien we terug en die avond bezichtigen we samen menig Everest flesje:)

Van Kagbene naar Muktinath

De laatste trekkingdag hoeven we niet te lopen, althans niet zoveel. Marina gaat met haar paard Kanschja naar Jomsom en het hele trekkingteam. Tim, indira en ik lopen naar het grindpad, de hoofdweg om daar te liften. Jeeps doen hier dienst als openbare "bus" waarmee bewoners door de bergen reizen. Na ruim een half uur komt een jeep die nog aan drie personen plaats biedt en we zijn onderweg naar de heilige pelgrimplaats Muktinath, hoog gelegen op 3800 meter waar een van de oudste tempels van Nepal terug te vinden is. Ik houd mijn hart vast als de volle jeep op de smalle grindpaden omhoog scheurt, met aan een zijde gapende afgronden en aan de andere kant raakt de buitenspiegel bijna de berg. Het schommelt behoorlijk, bocht na bocht. Mijn handen zijn nat van het zweet, je voelt je overgeleverd aan de stuurmanskunsten van de jonge Nepali, hooguit 17 jaar oud...
Na een uur rijden komen we aan in het pelgrimsoord, een lange weg met aan weerszijden enkele hotels in de maak. De weg vervolgen we te voet, trappen klauterend naar het opvallend kleine tempeltje, omgeven door tientallen spuitmonden in de vorm van dierenbekken die het heilige bergwater dag en nacht lozen rondom het heiligdom. We krijgen een grote Tika op ons voorhoofd aangemeten, als niet Hindoes mogen we toch op goed geluk rekenen.
We nemen een lunch en besluiten alvast te liften voor een jeep die ons helemaal naar het startpunt in Jomsom moet brengen. Geen gemakkelijke opgave wanneer blijkt dat er maar een jeep vertrekt over twee uur waarin maar liefst 13 mensen meemoeten. Ik vraag me af hoe dat moet als je bedenkt dat er eigenlijk maar 9 in kunnen. Maar in Nepal kan alles en ineengedrukt bevind ik me later tussen een groep Indiers op weg naar beneden. Opnieuw een schietgebedje als de oeroude, overvolle jeep enthousiast als in een duikvlucht de haarspeldbochten neemt....
Na twee uur is de rit voortijdig afgelopen. De rivier waar we doorhern moeten, is de laatste dagen te sterk gestegen en we worden verzocht te voet over te steken. Aan de andere kant van de 100 meter brede rivier wacht een andere jeep. We zoeken de smalste plekken op waar we zonder kleurscheuren door het water de overkant bereiken.
Een jeep staat inderdaad klaar en brengt ons in een half uur naar de Tibetaanse lodge waar we onze laatste nacht zullen doorbrengen. Samen met het hele trekkingteam van 12 man drinken we een glas bier op de godde afloop van dit enerverend avontuur.

zaterdag 4 augustus 2012

No flight to Jomsom

Het is gezellig vertoeven in de toeristenplaats Pokhara, een wandeling langs het meer, een appelgebak bij de German Bakery. Er zijn weinig toeristen in het regenseizoen, dus we krijgen alle aandacht. Ook kopen we voor ons vieren een regenpak want de vooruitzichten zijn niet goed, zware regenval met onweer zeggen de voorspellingen. We treffen Govinda, onze gids voor de komende weken die ons op zijn bekende welgeluimde manier meeneemt naar een typisch Nepalees restaurantje waar we zonder stroom maar met kaarsen genieten van een heerlijke Thakali maaktijd, een plaatselijke lekkernij van hete kip met rijst. Na enkele pilsjes wijst hij ons op onze vertrektijd van 5 uur s' ochtends, want om 6 uur moeten we ons op het vliegveld melden. We slapen nauwelijks op de keiharde bedden en de wekker gaat af als we al op zijn. In het donker vertrekken we door de regen naar het vliegveld, waar geen machine te bekennen is. Onze eerste officiele vertrektijd van 6 uur wordt gecancellrd, ook de tweede en de derde. Op het dakterras zien we waarom, donkere regenbuien alom, het zicht is allerbelabberst. Pas tegen 9 uur na 3 uur wachten komen enkele vliegtuigjes aan uit Kathmandu, maar niet vanuit de Himalaya. Om 11 uur valt het doek voor de vlucht naar Jomsom. De situatie in de Annapurna's is te gevaarlijk om te vliegen. Er resten ons twee opties. Wachten tot de volgende dag op een nieuwe vlucht of het gaan proberen met een jeep. De weersverwachting is slecht, dus bestelt Govinda een jeep die zal proberen zover mogelijk naar boven te rijden. En zo vertrekken we tegen 12 uur naar Beni, op 4 uur rijden richting de Annapurna. De wegen zijn slecht, nat, kuilen gevuld met water, een hobbelige rit met op het dak alle baggage, ook een deel van de trekkingspullen, twee plunjezakken van 1.50 gevuld met kleding, slaapzakken en matrassen, ook hebben we allemaal een zware rugzak gevuld. In Beni moeten we stoppen, de jeep is niet geschikt voor de vervolgrit waar een veel zwaardere jeep vereist is. Die wordt ter plaatse geregeld en twee gestrande Italiaanse meiden smeken om mee te mogen tegen betaling. Tot de nok gevuld vertrekt de zware jeep de bergen in, nog zwaardere regenbuien maken de rit zwaar, er is geen wegdek meer, alleen een grindpad met twee rijsporen van amper 3 meter breed. De rit is bedoeld naar Tatopani waar we kunnen overnachten voor de tweedaagse rit naar Jomsom. Maar het weer doet opnieuw verrassen, halverwege is de weg geblokkeerd, een stuk weg van tientallen meters is weggespoeld en een gapend gat ligt voor ons. Er staan enkele jeeps en enkele gestrande bussen achter elkaar. We moeten de jeep leegmaken en Govinda wijst naar een steil pad omhoog de bergen in. Het wordt lopen, nou ja lopen, ook een deel van het pad is weggespoeld door een aardverschuiving. Twee Nepalezen zijn bezig lange houten boomstammen overceen richel te bevestigen. Met twee touwen zijn we in staat over de boomstammen naar de overkant te klimmen, inclusief alle baggage. Govinda heeft snel enkele lokale dragers geregeld. Een hachelijke onderneming die voelt als is de trekking vandaag plotseling begonnen. We stijgen en we dalen op het smalle pad richting Tatopani, niet precies wetend hoe lang we moeten lopen door het Annapurna gebergte. We bereiken na een uur weer de weg en gelukkig is er een plaatselijke bus (leeg) die ons verder vervoert, dat wil zeggen zo' n tien minuten als we weer een aardverschuiving bereiken en weer te voet moeten klauteren over de vele naar beneden gevallen rotsblokken. Na twee uur bereiken we te voet Tatopani, onze eindbestemming, moe, nat. Maar gelukkig zijn hier warmeaterbronnen te vinden waar we ons s'avonds alle zorgen van de dag afspoelen. We overnachten in een plaatselijke lodge waar we moe als honden in de spreekwoordelijke manden vallen. Onwetende dat een nog avontuurlijker dag en meer onheil en ongemak zullen volgen....

Rolling stones

De weg naar Jomsom, gewoonlijk een spectaculaire vlucht van 30 minuten, gaat twee dagen duren, over de hoge Himalaya naar de Tibetaanse hoogvlakte van mustang, pas enkele tientallen jaren opengesteld voor (beperkt) toerisme. Govinda heeft in alle vroegte een paard geregeld voor Marina want het ziet er naar uit dat we grote delen te voet moeten afleggen. We proberen nu eerst naar
te geraken, waarbij Govinda weet dat we 2 uur moeten lopen tot een bekende aardverschuiving bij een woeste rivier waar aan de overkant een bus op ons zal wachten. En zo lopen we door de regen, Marina te paard, door de dauw van de hoge heuvels. Een mooi plaatje al is het te bewolkt om de hogere bergen te zien. We bereiken de woeste rivier die haar sporen heeft achtergelaten op de weg waarvan weinig meer zichtbaar is, enkel een gapend gat. Een jeep staat midden in de rivier vast en komt niet meer vooruit. Het paard loopt er met enige moeite langs, Govinda, tim en ik proberen hand in hand ons aan de jeep vasthoudend de overkant de bereiken. De stroming is sterk en we staan tot en met de knieen in het water. Maar het loopt goed af en met de schoenen gevuld met water bereiken we de gereedstaande bus.
De bus die ons naar Jomsom zal brengen. Maar niets blijkt minder waar. Na een half uur is het weer raak en staan we stil. Alles en iedereen eruit en gelukkig hebben we nog de beschikking over enkele lokale dragers die ons over de volgende aardverschuiving begeleiden al is de voettocht dit keer erg lang en gaat het steil omhoog richting een plaats waar de bussen naar Jomsom vertrekken.
Na twee uur lopen bereiken we zoeel het begin van Mustang als het busstation waar nieuwe bussen klaar staan om ons naar Jomsom te vervoeren. Er kan nog net een snelle noodlesoup in vooraleer de bus vertrekt. Dit keer vol met ook andere toeristen die dit hachelijke avontuur zijn aangegaan. We vertrekken welgemoed de laatste uren naar Jomson, vijf uur met de bus. Maar na amper 10 minuten is het weeer raak. We moeten eruit, een aardverschuiving overklimmen en zowaar wacht daarachter een andere bus. Een bijkomend probleem is nu wel dat we geen dragers meer tot onze beschikking hebben en alle bagage nu moeizaam door de oersterke Govinda op zijn nek in twee etappes wordt vervoerd. We helpen waar we kunnen en iedereen heeft zijn handen vol.
Het zijn niet alleen de aardverschuivingen die het spannend en soms gevaarlijk maken, ook de busrit zelf is beangstigend als de banden wegglijden over de natte rotsen op de amper drie meter brede grindpaden met aan een kant altijd die dreigende en gapende afgrond. De bus hobbelt van links naar rechts, door de mist en de regen, ruitenwissers die niet functioneren. Weer stoppen, nu te voet langs een wel heel hachelijk stuk waar de rotsblokken nog steeds naar onder komen. We spoeden ons te voet met veel haast erlangs. We kijken achterom en we zien weer rotsen naar beneden komen. Snel door. Uiteindelijk bereiken we weer een bus, die ons over de brug van de kali ghandaki rivier brengt waar uiteindelijk de laatste aardverschuivibg onze laatste voettocht inluidt, ditmaal door grijze modder waar de schoenen in blijven steken. Doodmoe de laatste bus in en zowaar vallen we in slaap als de bus rijdend door de bergen het droge Jomsom bereikt. Het is tegen vijven als we het droge en woeste eindpunt bereiken.

Enkele fotos bij de Mustang Trail 1

Van Tsarang naar Chele 7

Zoals gewoonlijk thee op bed, Tim en Indira hebben goed geslapen, geen rugpijn en geen buikkramp meer. Maar we gaan met een Jeep. Na het ontbijt dat heerlijk is , wordt gepakt en alles op de Jeep geladen, ( puzzel). Iedereen 9 mannen en 2 vrouwen stappen in. Het is mooi om te zien dat de chauffeur de weg ziet, het weer is goed maar wij zien vooral geiten paaden. Na zo'n 2 uur stappen Albert, Tim, Indira en Govinda uit. Ze gaan via een andere steile trail lopen naar een cave, waar nog een oude Tibetaanse monnik van 65 jaar woont. Verder moeten ze van berg naar berg over passen naar de 4000meter. Hier is een altaar en er woont een man van 65 jaar oud. Het schijnt een prachtige omgeving te zijn. Tussen kloven in lopen nou ja we zullen de foto's wel zien. Marina rijdt verder met de Jeep en de rest van het team. Helaas stopt de weg al na 30 min. Landverschuiving ( niet alweer) en gaan we met z'n allen lopen . We moeten een stromende rivier over maar hoe? Toran de kok komt en gaat met stenen sjouwen zodat we redelijk droog over kunnen. De tocht duurt ongeveer 2 uur berg af en weer op . En dan hebben we het over grote hoogte. Een troost is als Toran tegen me zegt dat de andere dit ook moeten. Geheel op komen we aan bij onze lodge waar alleen de lunch zal plaats vinden. 1 uur later komen eerst de pakezels en mijn paard aan. ( deze waren gisteren al vertrokken i.v.m. Jeep) . Vlak voordat ik verder op weg moet komt de eerste binnen Tim geheel op en dan p de rest ze zijn uitgeput, ze krijgen een lekkere maaltijd maar er gaat weinig in. Zelf moet ik door de rest zal volgen , gelukkig is mijn paard en Robbie aangekomen. Ik weet dat we weer door de kloof moeten te voet, gelukkig berg af waarts. Het uitzicht is fantastisch ontzettend ruig gebied. We komen enkele uurtjes later aan bij de lodge waar de overnachting plaatsvindt. En nog geen 30 min. Later komen de andere 4 aangelopen. Dragers en kok zijn altijd als eerste . in mijn ogen is dit onmogelijk. Na een warme douche avondeten en 1 biertje kruipen we het bed in. Welverdiend.




Van Chele naar Kagbene 8

De dag begint zoals elke dag thee op bed. Na het ontbijt eerst lopen de berg af, losse stenen duurt wel even voordat we beneden zijn. Daarna een lange brug over en eronder een woeste kolkende rivier. Op naar de volgende stop zo'n 3 uur later. Omhoog en omlaag bij losse stenen van het paard,. We komen wederom aan op een prachtige plaats , hier spelen zus en broertje( deze schijnt doof te zijn, maar gaat naar school). We geven ze een pak pennen en zoals het met broer en zus gaat maken ze een beetje ruzie over de kleurtjes. We krijgen de lunch en het wordt kouder, trekken de regenjassen aan, opeens komen 2 vrouwen aan met plaatselijk gestookte drank, heel bewust sturen we ze door naar de club, ze zullen wel een glaasje hebben geproefd. Hierna gaat de rit verder, en jawel hoor een stevige berg omhoog. En na een paar uur arriveren we moe maar voldaan in Kagbene . Het is druk in dit dorp en hebben dan ook een overnachting in een " hotel" geen eigen badkamer enz. Nee zelfs maar 3 bedden er komt een slaapmat bij en de bedden tegen elkaar anders is er geen ruimte. Onze laatste trekkingdag zit erop en voeten en rug zijn duidelijk aan de finish toe van deze zware maar ongelooflijke trekking.

Van Chele naar Syanbouche 2

We staan vroeg op want vandaag staat een van de zwaarste trekkingdagen op het programma. Of te paard of te voet, zwaar. Na het ontbijt is het team snel in gereedheid, een extra impuls om te vertrekken vormen de mooie wittecHimalaya toppen in de verte. Het is ons vandaag met de blauwe luchten gegund ze eindelijk te zien. Ze steken prachtig af tegen de woeste heuvels waarvan we al weten er enkele te moeten oversteken, en heuvels zijn hier zo' n 4000 meter. De klim wordt direct vanaf Chele ingezet, eerst glooiend
maar na een half uur bereiken we een smal pad dat steil met stenen trappen langs een honderden meters diepe kloof omhoog de bergen inslingert. Marina zien we halverwege te voet achter het paard aan klimmen. Veel avontuurlijker lijkt niet te kunnen. Maar het is ook zwaar, om de 10 minuten nemen we noodgedwongen pauze om op adem te komen. We klimmen en klimmen en het pad wordt nu geleidelijker. We gaan onze eerste pas over en dalen nu snel naar een klein dorp voor de lunch. In de grote familiekamer staan lange banken met kussens. Die nodigen nog voor de lunch uit om even de ogen te sluiten. Na de lunch moet het snel verder. De beklimmingen worden nog steiler, langer. We moeten door want onze eindbestemming ligt nog 5 uur van ons vandaan. Twee passen moeten we over, beide op 4200 meter maar het vervelende is dat tussenbeide omlaag gedaald moet worden naar zo' 3200 meter. Vol ongeloof staren we naar de eerste pas, de moed zinkt ons in de schoenen als we de lange afstand naar boven zien. Twee uur later staan we bezweet en met pijn in benen en in de voeten in de pas. De wind komt van alle kanten. Tibetaanse vlaggen wapperen hard om onze oren. In de verte zien we vol ongeloof de tweede pas, waarvoor we eerst helemaal naar beneden moeten, vervolgens langs twee kloven moeten lopen, over de rivier en dan weer helemaal naar boven. De benen voelen loodzwaar, we peppen ons op, maar het wordt een stille klim, geen geluid of klank uit de keel, alleen het zware ademhalen is hoorbaar. Achter iedere bocht verschijnt een nieuwe, hogergelegen bocht, we tellen ze na een uur niet meer. In de verte zien we de pas en hopelijk het dorp, de bestemming erna.
De pas geeft een prachtig uitzicht op wat achter ons ligt, heel in de verte zien we ons vertrekpunt, hoe in hemelsnaam hebben we dit kunnen belopen. Maar voor ons zien we eindelijk Syanbouche, maar er is iets vreemds aan. De weg lijkt maar kort, maar er zit een handicap in, een kloof. En inderdaad zonder brug....
Na nog meer dan een uur komt er een einde aan deze lijdensweg van 9 uur lopen. Doodmoe bereiken we de kleine nederzetting , vijf boerderijen waarvan een ons onderdak biedt. Het is een hartelijk welkom en opnieuw mogen we de familiekamer gebruiken, s' nachte mogen de dragers en gidsen er slapen. Wij hebben een klein kamertje met vier bedden. De douche geeft zowaar warm water en in het donker is het net alsof je onder een kleine waterval staat. In het licht van onze hoofdlantaarn zien we de mist van de overheerlijke warme water. Om 8.30 liggen we in bed...na een heerlijke momo schotel van chief Toran.

Van Lomangtang naar Tsarang 6

Het is weer tijd om te gaan, en tim voelt zich niet goed buikkramp en misselijk. Het schaap is hem niet bekomen. Hij is blij dat we in tsarang verblijven, en we besluiten om de volgende dag een jeep te huren die ons verder brengt want we liggen nu dus achter op schema. er wordt rekening met het eten gehouden s'avonds. Even later schiet het Indira in de rug, we zijn met z'n allen 1 uur bezig om haar weer mobiel te krijgen. Zie het voor je o.a. De vele trappen die we op moeten voor naar bed te kunnen , hurk w.c. Gelukkig komt dit goed, en gaan we naar bed.

Van Tsarang naar lomangtang 5

Na een slechte nachtrust krijgen we de thee gebracht op bed, geen idee van de tijd . we gaan alles maar weer inpakken, en merken dat we er handig in zijn .er wordt geroepen dat het ontbijt klaar staat. Hier komen we er achter dat het echt vroeg is, blijkt dat niemand goed heeft geslapen. We vertrekken dus op tijd . Buiten de lodge krijgen de ezels en paard hun voedsel, een mooi gezicht. We gaan het dorp uit ,een wandeling door modder en even later een flinke stijle afdaling over losse stenen en keien. Na ruim 45 min. Staan we onder aan de berg waar een woeste rivier stroomt. Gelukkig is er een brug en aan de overkant wacht het paard op marina. Na afscheidt genomen te hebben vertrekken paard robbie en marina omhoog, wat net zo'n ongelukkig pad is wat we net omlaag zijn gekomen. Eenmaal boven een prachtig stuk natuur. Het landschap begint glooiend te worden. Onderweg een kudde mustangpaardjes en enkele begeleiders. Dit doet marina zeker niet na hoe hun rijden. Na ik weet niet hoeveel uren te hebben gelopen komen we aan in lomangtang. In feite zouden we kamperen, maar het weer is slecht, en alle hotels en lodges zijn al vol geboekt. Maar we hebben een zeer goede gids die hier regelmatig komt en hij vindt voor ons nog een droog plaatsje waar we de 2 nachten kunnen overbruggen. De volgende ochtend mogen we voor het eerst uitslapen pas om 9.00 uur is het ontbijt klaar. Hierna een rondleiding door de stad, we glibberen over de "straatjes" weg door modder en poep van de ezels , koeien, geiten en schapen, van de laatste heeft govinda er een gekocht, deze wordt vandaag bereid en krijgen we eens vlees bij de maaltijd. Er is niet veel te beleven, we zouden eigenlijk op bezoek gaan bij de koning, maar hij is 81 jaar en erg ziek op dit moment. We doden de tijd om zelf nog maar een rondje door de ommuurde stad te wandelen, later kaarten en vooral kijken hoe de kok ons schaap bereidt. Het is voor de vleeseters een feestmaaltijd.

Van Gami naar Tsarang 4

We zitten in een gezellige Teahouse en hebben al besloten de trekking te vernoemen naar de "Govinda Mustang Teahouse Trekking" omdat hij de leukste plekjes weet te vinden. We hebben er een gezellige kamer op de bovenste verdieping waar we ook de was kunnen drogen. Al liggen we goed, de hoogte speelt nu ook een rol mer. Ik doe bijna geen oog dicht omdat het gebrek aan zuurstof als een alarm werkt op het moment dat je in slaap dreigt te vallen...
Het regent de hele nacht en Gami verandert in een modderpoel. Tegen acht uur zijn we aan het ontbijt en Govinda zal proberen vandaag een jeep aan te houden die de zadelpijn van Marina voor een dagje kan verzachten. Ze kan dan meeliften naar Tsarang, de oude stad waar enkele van de oudste Tibetaanse kloosters te vinden zijn. Zodra we vertrokken zijn en langs enkele Tibetaanse gebedsmolens onze wensen kenbaar hebben gemaakt, komt er zowaar een jeep langs die bereid is Marina mee te nemen. Daarmee komt het paard vrij voor Indira en zijn we alles met alles al tegen half een op de nieuwe bestemming. Het is wel weer een hele klim over een pas van 4 km maar daarna gaat het voor uren bergafwaarts totdat we Tsarang in de verte als een oude stad uit duizend en een nacht zien liggen. Het rode klooster rijst statig boven de stad uit tegen de achtergrond van kilometers hoge woeste bergen van steen.
We worden opnieuw geherbergd in een vier persoonskamer en in de middag doen we een korte sightseeing in het klooster dat ook dienst doet als school, de kinderen nieuwsgierig naar onze aanwezigheid. We schieten een paar mooie plaatjes met enkele van onze dragers.

Van Syanbouche naar Ghami 3

In de voordeur staan twee ezels als ik met mijn tandenborstel naar buiten loop. Het is even naar zevenen maar het leven is hier in volle gang. Er wordt verse melk voor ons gemolken, we krijgen een appelpannekoek en een soort Brintapap om de batterijen weer op te laden. Opnieuw een klimdag, maar korter. Govinda gokt op 5 uur lopen en een middagje vrij. Het lukt inderdaad al is de pas onderweg weer moordend. Govinda loopt veiligheidshalve met Marina mee die om de zoveel kilometer toch weer van het paard af moet om te voet enkele steile paden te trotseren. We lopen langzamer als gisteren, de batterijen zijn maar half opgeladen. De tenen doen pijn van de afdalingen, de kuiten van de beklimmingen en Marina's achterwerk voelt aan ook al heel pijnlijk aan. Geen wonder als je zo lang op een paard moet en ontspannen is het zeker niet met alle afgronden en smalle bergpaden en een paard dat geen hoogtevrees kent.
Indira, Tim en ik lopen zonder gids en met beperkte aanwijzingen maken we gelukkig steeds de goede keuzes voor welk pad of welke weg te nemen. Hier en daar heeft Govinda een aanwijzibg achtergelaten, een pijl in het grind.
Het landschap ziet uit als de Grand Canyon, in de verte zien we Tibet liggen.
Tegen 2 uur bereiken we het vrolijke Ghami een wat grotere plaats waar we opnieuw in een teahouse overnachten. Het ziet uit naar regen en we willen graag alle kleding wassen. Het is een heerlijk gebouwtje met houten trappen onhoog naar de kamertjes waar enkele tafels met matrassen staan en een paar dekens. Een vermoeid lijf vraagt niet om meer.....

Van Kagbeni naar Chele 1

Die nacht heeft het lichtjes geregend, heerlijk op het dak van onze 2 persoons koepeltentjes. Om 7 uur serveert Govinda een heerlijk kopje thee aan de tent waarna we alls spullen weer inpakken om te vertrekken naar Chele, een tocht van 7 uur lopen. Allereerst vertrekken de dragers en de kok zodat zij de lunch kunnen klaarmaken halverwege. Geen gewone lunch overigens, maar een warme maaltijd, vers bereid met meegenomen groentes, aardappelen, rijst. Plaatselijk kan er een kip ingekocht worden die dan zelf geslacht en toebereid wordt op de kampeerplekken.
De tocht wordt zwaarder en het landschap verandert in een grillige woestijn met om ons heen de overweldigende bergen waar hier en daar al een wit piekje verschijnt van de zevenduizenders. We stijgen langzaam, maar iedere honderd meters voelen loodzwaar aan, het gast steil omhoog, weer steil omlaag, alle geboekte winst teniet doende. Weer onhoog, weer omlaag, over ezelspaden waar je voortdurend over de keiem dreigt te struikelen. Ook Marina moet regelmatig van het paard af en te voet omhoog of omlaag omdat het anders te gevaarlijk is vanwege de steile paden, het losse zand. We lopen, lopen door de eindeloze vallei, adelaars vliegen in de hoge, steeds vriendelijker blauw aandoende lucht. De temperatuur klimt naar een 25 graden. Marina is een stuk sneller op het paard en heeft een voorsprong van 25 minuten. Ik besluit haar de kleine camera te brengen zodat ze vanaf het paard ook fotos kan maken. Het kost me meer dan een uur wanneer ik ze eindelijk inhaal...
Onderweg lunchen we aan een ingenieuz gebouwd kanalenstelsel waarmee de plaatselijke bewoners het water uit de bergen opvangen en langs de huizen en het land leiden. Op die manier ontstaan in dit woeste, dorre landschap kleine groene oases. De lunch is een complete maaltijd, voorafgegaan door een warme citroenlimonade, terwijl de voeten kunnen afkoelen. Na de lunch gaat het lopen een stuk t, ook langzamer, hoogte en conditie beginnen hun tol te eisen maar het is nog een paar uur op en af naar Chele, het bergdorp dat vanaf afstand maar niet dichterbij wil komen. En ook moet nog een rivier met vele stroompjes overwonnen worden vooraleer we de laatste, bepaald niet zuinige klim naar het dorp beginnen. Een steile klim van 200 meter kost meer dan een half uur en ademloos bereiken we de teahouse waar de dragers lachend vanaf het dak onze moeizame laatste bewegingen gadeslaan.
We nemen intrek in een 4 persoons kamer met te korte bedden en we mogen de grote familiekamer gebruiken voor het avondmaal. Op het dak loop ik over de lemen vloer en heb een mooi uitzicht op het leven in het dorp. Govinda heeft een kip gekocht en verderop de straat zie ik hoe de ingewanden van een geit worden klaargemaakt. De zon gaat langzaam onder.

Jomsom

We zijn aan het startpunt van onze tweeweekse trekking door het laatste verboden Koningrijk zoals Mustang ook wel genoemd wordt. De koning leeft nog en woont in het verre Lo Mathang, zo'n 6 dagwandelingen hier vandaan. De Tibetaanse lodge waar we overnachten illustreert al dat we met een ander Nepal te maken hebben, geheel in de authentieke Tibetaanse stijl opgetrokken. Ruime wonvertrekken waarvan er meestal een aandoet als centrale ontmoetingsplek, met een potkachel, een tafel in het midden met daaronder een evengroot gat in de vloer waar je de benen kwijt kunt. Op straat wemelt het van ezels, kippen, geiten. De vroege ochtendzon is als vitamine c voor de ontberingen van de de laatste dagen. We slapen goed in onze kleine vierpersoonskamer. Harde tafels met een dunne matras, muffe dekens en houten deuren die al lang niet meer sluiten.
Govinda is nog druk bezig met de vergunningen als we langzaam aan onze eerste trekkingdag willen beginnen. Kagbeni is de bestemming van een ruim 6 uur durende tocht, deels door de ruime rivierbedding van de Kali Gandaki rivier. Op sommige plaatsen is de rivier wel 4 kilometer breed en lijken de vele kleine strominkjes onbeduidend, maar wanneer we ze naderen, zijn het kleine verraderlijke riviertjes soms een halve meter diep. We moeten er doorheen, schoenen en sokken uit, elkaar vasthoudend zodat de stroming ons niet omver duwt. Soms moeten we een bergpad nemen om langs de rivier te geraken, enkele honderden meters omhoog ploegend.
We bereiken Kagbeni. Een kleine nederzetting met enkele oude tempels en nog een oeroude binnenstad, lemen huizen, met houten boomstammen versterkt.Smalle straatjes, Tibetanen vriendelijk knikkend. We hebben dectenten opgezet bij een plaatselije lodge waar het kookteam een stal heeft gehuurd om daar het eten te bereiden. Er is een klein grasveld waar we kamperen. Ons trekkingteam bestaat uit 12 man incl. ons zelf, een kok, een gids, 6 dragers, 4 ezels en een paard met ruiter voor Marina. Een hele karavaan die twee weken de tocht naar Lo Mathang zal maken, over eeuwenoude handelsroutes tussen Tibet en Nepal, tot op meer dan 4000 meter hoogte zullen we ze volgen.