We staan vroeg op want vandaag staat een van de zwaarste trekkingdagen op het programma. Of te paard of te voet, zwaar. Na het ontbijt is het team snel in gereedheid, een extra impuls om te vertrekken vormen de mooie wittecHimalaya toppen in de verte. Het is ons vandaag met de blauwe luchten gegund ze eindelijk te zien. Ze steken prachtig af tegen de woeste heuvels waarvan we al weten er enkele te moeten oversteken, en heuvels zijn hier zo' n 4000 meter. De klim wordt direct vanaf Chele ingezet, eerst glooiend
maar na een half uur bereiken we een smal pad dat steil met stenen trappen langs een honderden meters diepe kloof omhoog de bergen inslingert. Marina zien we halverwege te voet achter het paard aan klimmen. Veel avontuurlijker lijkt niet te kunnen. Maar het is ook zwaar, om de 10 minuten nemen we noodgedwongen pauze om op adem te komen. We klimmen en klimmen en het pad wordt nu geleidelijker. We gaan onze eerste pas over en dalen nu snel naar een klein dorp voor de lunch. In de grote familiekamer staan lange banken met kussens. Die nodigen nog voor de lunch uit om even de ogen te sluiten. Na de lunch moet het snel verder. De beklimmingen worden nog steiler, langer. We moeten door want onze eindbestemming ligt nog 5 uur van ons vandaan. Twee passen moeten we over, beide op 4200 meter maar het vervelende is dat tussenbeide omlaag gedaald moet worden naar zo' 3200 meter. Vol ongeloof staren we naar de eerste pas, de moed zinkt ons in de schoenen als we de lange afstand naar boven zien. Twee uur later staan we bezweet en met pijn in benen en in de voeten in de pas. De wind komt van alle kanten. Tibetaanse vlaggen wapperen hard om onze oren. In de verte zien we vol ongeloof de tweede pas, waarvoor we eerst helemaal naar beneden moeten, vervolgens langs twee kloven moeten lopen, over de rivier en dan weer helemaal naar boven. De benen voelen loodzwaar, we peppen ons op, maar het wordt een stille klim, geen geluid of klank uit de keel, alleen het zware ademhalen is hoorbaar. Achter iedere bocht verschijnt een nieuwe, hogergelegen bocht, we tellen ze na een uur niet meer. In de verte zien we de pas en hopelijk het dorp, de bestemming erna.
De pas geeft een prachtig uitzicht op wat achter ons ligt, heel in de verte zien we ons vertrekpunt, hoe in hemelsnaam hebben we dit kunnen belopen. Maar voor ons zien we eindelijk Syanbouche, maar er is iets vreemds aan. De weg lijkt maar kort, maar er zit een handicap in, een kloof. En inderdaad zonder brug....
Na nog meer dan een uur komt er een einde aan deze lijdensweg van 9 uur lopen. Doodmoe bereiken we de kleine nederzetting , vijf boerderijen waarvan een ons onderdak biedt. Het is een hartelijk welkom en opnieuw mogen we de familiekamer gebruiken, s' nachte mogen de dragers en gidsen er slapen. Wij hebben een klein kamertje met vier bedden. De douche geeft zowaar warm water en in het donker is het net alsof je onder een kleine waterval staat. In het licht van onze hoofdlantaarn zien we de mist van de overheerlijke warme water. Om 8.30 liggen we in bed...na een heerlijke momo schotel van chief Toran.
Weer een zware dag achter de rug. Tegen de tijd dat ik dit schrijf hebben jullie het al allemaal achter de rug. (De trekking dan te verstaan). Voor mij is het dus niet zo zwaar. Maar wat een mooie verhalen. Ik krijg zin om erbij te zijn.
BeantwoordenVerwijderen